5. Lokale stromingen
Inleiding
Getijden beïnvloeden de hele oceaan; ze veranderen de snelheid van de stromingen en de hoogte van het water. De meest ingrijpende gevolgen van getijden en getijdenstromingen zijn echter te zien aan de kust.
Deze getijdenstromingen zijn vaak van groot belang voor mensen aan de kust of voor mensen die in ondiepe kustgebieden werken. Ze bepalen bijvoorbeeld wanneer je een boot te water kunt laten en hebben een grote invloed op de visserij, doordat ze bepalen of een gebied productief is. Een getijdenstroming kan een gebied veilig maken om in te zwemmen, maar kan ook verantwoordelijk zijn voor gevaarlijke ripstromingen en snelle stromingen die een zwemmer binnen enkele seconden van de kust wegvoeren. Dit soort stromingen verandert vaak met de getijden en kan gedurende de dag variëren.
In eerdere hoofdstukken is bekeken hoe oppervlakte- en dieptestromingen op elkaar inwerken en hoe stromingen het leven in de oceaan kunnen beïnvloeden. In dit hoofdstuk wordt specifiek ingegaan op getijden en de stromingen die deze veroorzaken, evenals op de manier waarop ander water, zoals rivieren, hierop inwerkt.
Deze andere oceaanstromingen worden meestal aangedreven door wind, zoutgehalte en temperatuur, terwijl getijden het gevolg zijn van de zwaartekracht van andere hemellichamen (voornamelijk de zon en de maan) op de oceanen. Hierdoor wordt het water van het aardoppervlak weggetrokken, wat leidt tot eb en vloed.
De invloed van de getijden is niet overal hetzelfde...
Getijden hebben niet overal ter wereld hetzelfde effect: op sommige plaatsen zijn er enorme schommelingen in de waterhoogte of stromen er golven rivieren op, wat een ‘bore’ wordt genoemd, terwijl er op andere plaatsen nauwelijks getijdenschommelingen zijn.
Kun je uitleggen waarom?
- Getijden - hoog en laag water. Varieert, naargelang waar je bent, van een paar decimeters tot vele meters. Getijdenmeter, hoogtemeters.
- Waarom hebben we getijden: effecten van de maan en zon. Doodtij en springvloed.
- Getijdencycli: Wat de wisselwerking is tussen de getijdenbult, die de wereld rond gaat, en de vormen van oceaan, om verschillende getijdencycli en verschillende waterhoogtes te geven. Amfidromische punten. Getijdenstromen: eb en vloed; stroomsnelheid in relatie tot hoog en laag water.
- Getijden in smalle kanalen, getijdengolven.
- Getijdenenergie.
