Supplement 1.7: Stralingsgrootheden en radiometrie      (9/9)

Relaties tussen radiometrische grootheden

  1. De stralingsvermogen ϕ en de stralingsenergie Q
    ϕ= dQ dt Q= ϕdt
  2. De stralingsenergiedichtheid U en de stralingsenergie Q
    U= dQ dV Q= UdV
  3. De stralingssterkte I en de stralingsvermogen ϕ
    I= dϕ dΩ ϕ= IdΩ
  4. De bestralingssterke Erad en de stralingsvermogen ϕ
    E rad = dϕ dA ϕ= E rad dA
  5. De specifieke uitstraling M en de stralingsvermogen ϕ
    M= dϕ da ϕ= Mda
  6. De radiantie L en de stralingsvermogen ϕ
    L= d 2 ϕ dacosϑdΩ d 2 ϕ=LdacosϑdΩ
  7. De radiantie L en de stralingssterkte I
    L= dI dacosϑ dI=Ldacosϑ
Vergelijkingen

Ad 3 en 4: De stralingssterkte, de bestralingssterke en de fotometrische afstandswet

De stralingsintensiteit van een puntlichtbron wordt bepaald door de ver­houding tussen het stralingsvermogen en de ruimtehoek: I= dϕ / dΩ .

Een bestraald oppervlakte-element da op een afstand r van de lichtbron komt overeen met het ruimtehoekelement dΩ= da / r 2 . Het oppervlakte-element kan onder een hoek ϑ ten opzichte van de bestralingsrichting zijn gekanteld, dan geldt:

dΩ= dacosϑ r 2

De bestralingssterke van het oppervlakte-element is daarom:

E rad = dϕ da = IdΩ da = I r 2 cosϑ

Het neemt af met het kwadraat van de afstand tot de stralingsbron. Dit is de fotometrische afstandswet.

Ad 7: De stralingssterkte en radiantie van Lambert-stralers

Bij een Lambert-straler neemt de stralingssterkte af met de cosinus van de hoek ten opzichte van de normaal van het stralende oppervlak:

I(ϑ)=I(0)cosϑ

Invoeren in de relatie voor de radiantie levert het volgende resultaat op:

L= dI(ϑ) dacosϑ = dI(0) da

De radiantie L van Lambert-stralers is dus niet afhankelijk van de kijkhoek.