Supplement 1.7: Stralingsgrootheden en radiometrie (7/9)
Radiantie ... verder vanaf de vorige pagina
Meetmethoden voor de radiantie
Voor metingen is een detector met een bekende gevoelige oppervlakte en een ruimtehoekbegrenzer, bijvoorbeeld een diafragma, nodig. Als deze opstelling wordt aangevuld met een verzamelende lens, wordt een aanzienlijk grotere lichtsterkte bereikt.
Het gezichtsveld van een detector met diafragmaDe detector en het diafragma bevinden zich op een afstand r van elkaar. De straal van de detector is D, de straal van het diafragma is B. is de grootst mogelijke halve gezichtsveldhoek.
Het gezichtsveld van een detector met lens en diafragma
De signaalopbrengst van een detector met diafragma is zeer gering. Er wordt een veel betere lichtopbrengst verkregen wanneer de opstelling wordt aangevuld met een lens.
De maximale ontvangsthoek wordt bepaald door de lens (met straal L en brandpuntsafstand f) en het diafragma op afstand b. Het gevoelige oppervlak van de detector achter het diafragma moet zo groot zijn gekozen dat het de straalgang niet beperkt. De grootst mogelijke halve gezichtsveldhoek wordt bepaald door het beeld van het diafragma B' op afstand b' van de lens.
